Kongres Kebudayaan Maluku III & The 6th International Maluku Research Conference

Kongres Kebudayaan Maluku III & The 6th International Maluku Research Conference

1. De mensen van de kerk en op de markt.

In de pastorie is het niet alleen goed toeven. Wij grepen elke gelegenheid aan om lekker in de verkoeling van het terras te zitten. Er komt dan van alles voorbij. Spelende kleuters en kinderen, die handig met oude fietsbanden door al het verkeer heen un kunstjes vertoonden. Daar tussen door zoeken de honden en de brommers zich een weg, net zoals de schoolleerlingen, die gezellig van of naar de school gingen. Wij verwonderden ons over het feit, dat bijna alle kinderen blootsvoets speelden. De schoolkinderen gingen in schooluniform naar school en iedereen had slippers aan de voeten. Bijna alle kinderen liepen altijd met snoepgoed of drinken in de hand. De plastic verpakking werd na het snoepen zo maar op straat weggegooid. Omdat er nergens vuilnisbakken staan hoop het afval zich op en is de omgeving aardig aan het vervuilen. Dobo is daarin niet te vergelijken met Kota Ambon; het verschil is jammer genoeg groot. Het zal nog jaren duren, voordat ook in Dobo zaken als duurzaamheid en behoud van de natuur op de prioriteitenlijst komen te staan. Het is onbeschrijfelijk om wakker te worden met het geluid van vroege vogels… Geen ronkende motoren of toeterende auto’s die op Ambon ongeduldig en getergd hun plek op de weg opeisen, maar mensen, die gestadig zich een weg zoeken naar de plekken, waar ze moeten zijn. Het bijzondere is, dat velen van hen nog in de grondtaal (bahasa Aru) communiceren. De bahasa werd vooral gebruikt bij officiële gebeurtenissen en in de kerk…

Op de markt zie je hoe het leven eraan toegaat. Marktlui die de hele dag hun waar tentoonspreiden. Het betreft een markt waar alles te koop is: van huishoudelijke zaken tot kleding en schoeisel. Maar er zijn ook speciale afdelingen te vinden voor vlees, vis en groenten. Tussen al die kraampjes staan groepjes je mensen van alle leeftijden. Niet alleen potentiële kopers, maar ook mensen, die wachten om hun slag te slaan. Quasi ongeïnteresseerd hangen zij tegen elkaar of bij een kraam en slaan alles gade. Hun ogen zijn erop getraind om buitenstaanders in het vizier te krijgen. Sommigen zijn in staat dit op een gecamoufleerde wijze te doen, anderen volgen je zonder blikken of blozen. We werden aangesproken met ‘mister, mister’ of staande gehouden door allerlei typetjes. Zo ook door een peuter, die gesouffleerd door een moeder voor ons uitrende, op de hurken ging om te plassen en ons daarbij aanriep. Daarnaast vroeg een meisje van 6 met een zielige stem om aandacht of we 5000 rupiah voor haar hadden. Bij al deze taferelen trad de chauffeur Vano resoluut op. Hij gebaarde ons door te lopen en sprak de mensen en kinderen toe om op te houden met het bedelen. Hij gidste ons door alle bedrijvigheid op de markt en in de omgeving van het havengebied van Dobo. Hij wilde dat we met eigen ogen konden zien hoe de mensen met elkaar omgingen.

2. Sita Kena - Sita Eka Tu

De conferentie, die wij bijwoonden van 6 tot en met 8 november ging over de Molukse cultuur. Het programma was onderverdeeld over 3 dagen. Voor de officiële opening was het cultureel centrum hermetisch afgesloten door een groene legermacht. De militairen groetten ons beleefd, maar hielden alles goed in de gaten. Binnen het gebouw waren de soldaten vervangen door vele ambtenaren, die meededen aan de conferentie. Het geheel werd geopend door de wakil-gouverneur, die gedurende zijn toespraak verwees naar de culturele rijkdom van Aru, wat inzet was van de conferentie. Aan alles was te merken, dat de provinciale overheid de grootste geldschieter. Tijdens de eerste dag werd vooral de Indonesische taal gebezigd. Dit was een handicap voor de aanwezige Aruezen uit Nederland en de gasten, die voor de internationale seminar waren gekomen. Zij koesterden de hoop, dat er ook Engels gesproken zou worden. Tijdens de lunch werd iedereen verrast door het optreden van Suzanne Mangar, een in Nederland  woonachtige zangeres met Aruese roots,  op gitaar begeleid door de Amsterdamse gitarist Peter Lengams. Beiden hebben vaders, die op Aru geboren zijn.

Op de eerste dag ging de aandacht uit naar de Kongres Kebudayaan Maluku III. Zelf heb ik weinig met openingstoespraken. Hoe levendig zouden de officiële openingen op Ambon zijn als de sprekers de uitdaging aangingen om de namen en de volledige titelatuur te vermijden van hen, die al eerder genoemd zijn? Bijna elke belanghebbende werd op bijna identieke wijze 10 keer welkom geheten inclusief alle titulatuur… Bij de opening had men er voor gekozen om de gebeden op een originele wijze te laten plaatsvinden. Alle geloofsrichtingen waren gerepresenteerd. Ik weet niet of de volgorde er toe doet, maar de kepala adat begon, gevolgd door de iman, de priester en de protestantse vrouwelijke predikante. Het moest een teken van verbondenheid uitstralen, maar als Molukse Nederlandse predikant zag ik wat meer. Iedereen wilde het eigene zo benadrukken, waardoor er zich onbedoeld een ‘competitie’ ontspon naar authenticiteit, waarbij de aanwezigen gegijzeld werden door de bidders… Tijdens de eerste dag bracht Wim Manuhutu als één van weinige van de internationale gasten een inleiding. Tijdens deze dag viel mij op, dat de ambtenaren veel inspiratie kregen van de presentaties van de (Molukse) academici. De eerste twee dagen vonden plaats in het cultureel centrum ‘Sita Kena’.  In de wereld van Aru staat dit voor een verbond van alle mensen van Aru, dat we als schepselen hetzelfde zijn: ’wij zijn samen één’. Het is de grondhouding van de Arunees, zeker als het gecombineerd wordt met de drie woorden ‘Sita Eka Tu’: dit verwijst naar de originele levenshouding van de Aruees op basis van de wijsheden van alledag.

3. Maluku Research Conference

De tweede dag stond in het teken van de sixth International Maluku Research Conference. Een scala van onderwerpen kwam net zoals op de eerste dag in de 7 panels ter sprake variërend van archeologisch tot taalonderzoek onderzoek. De orale traditie kwam eveneens ter sprake zoals de biologische wereld van de Arafura. Ook Drs Wim Manuhutu bracht een uitdagende paper ‘Provincialising Ambon and colonising Maluku Historiography’. Wat mij intrigeerde was de bijdrage over de Australische parelduikers. Bij de presentaties was Engels de voertaal.
Eén van de panels stond in het teken van het thema ‘Diversity, identity and kemalukuan in Diaspora’.  De bijdragen van prof Fridus Steijlen, Drs Jeanny Vreeswijk-Manusiwa en mijn persoon in panel 5 gingen in op het verblijf van Molukkers in Nederland. Het bijzondere was dat op basis van academische onderzoek de relatie tussen Molukkers in Nederland en de proclamatie van de RMS aan de orde werd gebracht, waarbij ook ingegaan werd op de ontwikkelingen van de Molukse samenleving in Nederland.

De derde dag zouden we in het spoor van de Britse ontdekkingsreiziger, antropoloog en bioloog Alfred Russell Walace een excursie maken door Aru. In 1857 beschreef hij de ontdekkingen van nieuwe vogels en insecten. Jammer genoeg was de coördinatie van de trip onzorgvuldig, waardoor we weliswaar door het gebied heenvoeren, maar waar van de gidsen géén spoor te bekennen was. Het was een ongelooflijk mooie ervaring om de haven van Dobo in de morgen te verlaten en bij het vallen van de avond weer binnen te varen. Ik weet niet hoeveel eilanden, schepen en perahu we voorbij zijn geraast. Ik keek mijn ogen uit naar de groene wouden, die afgebroken werden door de stukjes aan het strand, waar de mensen hun woongebied hadden ingericht. Tijdens de boottocht maakten we bij de dorpen Papakula en Wakao een stop. Wij kregen een onvergetelijke ontvangst toen wij de steigers betraden. Bij Papakula wachtte ons op zee een bijzondere begroeting; een perahu vol musicerende en dansende jonge dorpsgenoten wasons tegemoet gevaren.  Bij de steiger van Papakula werden we ontvangen door een dansende menigte van schoolkinderen, die door enkele voorname en oudere dorpsgenoten begeleid werden.  Alle dorpsgenoten waren rondom de steiger gaan staan om de gasten van de internationale conferentie toe te juichen. Dit was zo’n kippenvel-moment, wat zich later op die dag meerdere malen zou herhalen. De hele groep begeleidde ons dansend naar het kantoor van de desa, waar we als ware gasten werden onthaald. Papakula was een adat dorp, waarbij moslims, katholieken en protestanten vreedzaam naast elkaar leven. De families zijn door bloedbanden met elkaar verbonden. Wakao was geen adat dorp, daar gedroeg de Kepala desa zich als een ambtenaar. Jammer genoeg hadden we te weinig tijd om de paradijsvogels van Aru te aanschouwen. Daarentegen hebben we in beide dorpen hebben nog een rondwandeling gemaakt, waar we kort contact hadden met de dorpsgenoten.

4. De mensen en hun verhalen

Tijdens de conferentie was het een genot om de plaatselijke bevolking te zien meedoen. We  zaten net achter een groep Aruezen, die behoorden tot de grass roots. Zij namen de gelegenheid te baat om voor het forum van de ambtenaren van de stad Dobo en het gouvernement aandacht te vragen voor de zaken, die sinds de kerusuhan bij de ambtenaren onder in de dossierkasten waren terecht gekomen. De onvrede over het verloop van die zwarte bladzijde was duidelijk voelbaar. Een vrouw verwoordde haar teleurstelling m.b.t. de houding van de autoriteiten en de plaatselijke bewoners en kreeg een halve zaal aan het huilen. De reactie van de verantwoordelijke bestuurders bleef formeel en minimaal:  langzaam bogen hun hoofd en zwegen in alle talen.

De leefwereld van de dorpsbewoners wordt gekenmerkt door eenvoud en levensvreugde. Bijna alle woningen in Papakula en Wakao waren voorzien van een rieten dak. Zink is in deze omgeving onbetaalbaar. In Dobo was het weggelegd voor de allerrijksten. De meeste mensen zijn blij als ze een dak boven hun hoofd hebben. Bij het ontvangst viel me direct op, dat de schoolkinderen op blote voeten dansten. Toen ze met ons meeliepen door het dorp zag ik een aantal kinderen op slippers. Hun kleren droegen zij met trots. Sommige gezinnen hadden zich teruggetrokken in hun huis en observeerden ons; de kleinste Aruese uit Nederland was even lang als de langste mensen vanuit Aru.

Het bezoek was voor de 5 Kepala dessa van de buurt een kans om nogmaals aan de provinciale autoriteiten te wijzen op de extreme droogte, die Papakula maandenlang teisterde. Voor het oog van de internationale gasten claimden zij voor de toekomst, dat er vanuit overheidswege de juiste maatregelen genomen worden. Ook benadrukte de woordvoerder, dat men onmogelijk tevreden kan zijn over de inzet van de school-juffen en -meesters. De meeste leerkrachten blijken na 2 weken al weer vertrokken zijn en hun benoeming te hebben verscheurd. Een ander structureel probleem is ook dat het onderwijs te duur is voor de plaatselijke bevolking; de meeste kinderen verlaten de SMA en gaan direct door naar de dusun…

In de pastorie hadden wij aanloop van de kinderen, die in de omgeving van de kerk woonden. De vrouw, die ons in de pastorie namens de GPM bijstond in de huishoudelijke zaken was getrouwd en had met haar echtgenoot 6 kinderen. Op de een of andere manier bleek er sprake te zijn van verwatering de KB, de nationale gezinsplanning te zijn.

Hun oudste dochter was na de zomer aan een universitaire studie begonnen aan de Unpatti universiteit op Ambon. Ze kon haar werk in de pastorie alleen doen met haar kinderen in de buurt. Al snel waren we steeds omringd door spelende kinderen, die gedreven werden door hun nieuwsgierigheid  voor de buitenlandse gasten en hun gadgets. Daarna vielen zij hun moeder lastig en vroegen om geld, waarna zij al over de straat vlogen voor het betere snoepgoed bij een van de vele pondoks. Aan een van de kinderen vertelden wij, dat wij geen geld weggaven voor snoep, maar dat wij hen wel een droom voor de toekomst wilden verkopen. Het is niet alleen goedkoop, maar ook duurzaam (‘sustainable’)…

De presentaties van de wetenschappers kregen body door de verhalen van de mensen in de stad Dobo en de Negri van Papakula en Wakao. De mensen leven er met een andere levensopvatting. Voor hen is de adat van belang. Zonder die bovennatuurlijke regels is het onmogelijk om op een verantwoordde manier in wat voor geloof dan ook te staan. Toen ik op een zondag na de dienst sprak met een collega predikant zei hij: ‘Ambon ini adatnya keras’ (In Ambon wordt naar de adat geleefd). Op Aru leeft dit intenser. Bij alle formele festiviteiten zie je de Kepala adat of de mauweng betrokken worden. Samen met de imam, de priester en de predikant wordt gebeden en de zegen van de Almachtige – Yang Mata Esa – aangeroepen. Als Molukkers uit Nederland hebben wij een ander verhaal. Wij hadden tijdens de conferentie een bevoorrechte positie. Dit bleek ook bij de afsluitende derde dag met de bootexcursie. Als participant behoor je tot de happy few, die het voor het ogenblik gemaakt hebben. Je lijfelijke aanwezigheid staat garant voor je natje en je droogje. En elke keer is het een verrassing, wat er op het menu staat. De kennismaking met de Aruse keuken was meer dan een cullinair avontuur. De bootexclusie sloten wij af met in het restaurant ‘Gospel’ met een gezamenlijk diner. In de haven reden we met auto’s geëscorteerd door de politie daar naar toe. We hadden als delegatie uit Nederland in Wim Manuhutu een geweldig betrokken woordvoerder, die op zijn wijze daar niet zo maar aan voorbij ging en als Nederlandse Molukker een change agent wil zijn als het gaat om een toekomst voor Maluku en de mensen voor Maluku. Het moet hoe dan ook iets anders worden dan: ‘Ieder voor zich en God voor ons allen?’ In een volgend verslag hoop ik hierop terug te komen.

Ambon, 17 november ’18
Verry Patty