Een weekje op bezoek in Dobo

Een weekje op bezoek in Dobo
  1. Wachten in de warmte van Dobo

Vanuit de lucht was het een schakering van blauw. Het waren de zinken daken, waar we vanuit het vliegtuig tegen aankeken. De vliegreis van Ambon naar Dobo verliep gladjes op de landing na. Het leek net alsof de piloot weinig ervaring had; met horten en stoten kwamen wij tot stilstand. Tijdens het taxiën op de landingsbaan bleek hoe knus het vliegveld van Dobo was. Bij het verlaten van het vliegtuig zagen wij hoe de bagage handmatig één voor één werd uitgeladen. Buiten op de landingsbaan liep iedereen langzaam richting het gebouw, waar personeelsleden passagiers opwachtten en richting de wachtruimte dirigeerden. Degenen, die niet hoefden te wachten op hun ruimbagage konden direct hun weg vervolgen. Ze moesten wel door de wachtruimte heen en na vertoning van hun boardingpas en bagage konden ze de stad in. Zo ook Peter Lengams, hij was zo slim geweest zijn bagage te beperken tot een rugtas en een gitaar… Hij  werd opgewacht door een familielid en vervolgde na ons te hebben gegroet zijn reis. In de wachtkamer meldde zich na verloop van tijd onze gastheer pdt Joppy Lokollo. Hij gaf aan, dat hij ons buiten in de auto opwachtte. Vanuit de verhitte wachtruimte zagen we hoe de reizigers naar Ambon zich onder de brandende zon richting het vliegtuig begaven. Onder die passagiers ook een aantal Assenaren van het gezin van usi An Kaydel.

In de wachtruimte bevonden na verloop van tijd een kleine 50 mensen opgepropt te wachten op hun bagage. Eén voor één werden de koffers de wachtruimte binnengedragen. Wij hoefden niet zo lang te wachten en konden na controle naar buiten toe. Daar werden we ontvangen door het ontvangstcomité van allerlei taxi-chauffeurs, die hun diensten aanboden. De taxichauffeurs en de tukang ojek maakten er een vermakelijke strijd van om een rit naar de stad te bemachtigen. Ze wist precies hoe ze elkaar en de reizigers moesten aanspreken en bespelen. Het blijft een voorrecht om dan opgewacht te worden door de plaatselijke predikant, Pdt Yoppie Lokollo. Want op basis waarvan had je dan een taximan gecharterd. Welke selectie-eisen hanteer je?

Pdt Joppy Lokollo was jaren lang verbonden aan gemeenten op het eiland Aru. Nu is hij al 4 jaar de ketua (voorzitter) van de kerkenraad. Samen met 3 collega’s, een gepensioneerde predikant en een vikaris bedient hij de GPM jemaat Dobo.
Wat ons gelijk tijdens de autorit opviel was de overzichtelijkheid van het verkeer. Hoewel de wegen smaller waren dan op Ambon leek alles wat gemoedelijker te verlopen. Er waren talrijke motoren, maar die haalden het niet bij de getallen van Ambon. Pdt Lokollo vertelde, dat het vliegveld van Dobo aan de rand van de stad gelegen was. Binnen 10 minuten stonden wij voor de pastorie van het kerkgebouw ‘sola Grazia’. 

  1. GPM jemaat Dobo

De pastorie staat nu leeg. De verwachting is dat binnenkort een predikant daar komt te wonen. De net aangestelde vikaris Eklin de Fretes – vanuit Kuda Mati (Ambon) – bewoont het imposante predikantenhuis. Het paleis telt 6 slaapkamers, een badkamer, een grote huiskamer en een grote keuken. Het ligt net naast of achter de statige kerk en is omgeven door een goed verzorgde tuin. Vanwege de warmte zaten we meestal op het terras, waar we soms verwend werden door een fris briesje. En om de haverklap werden we door de passerende wijkbewoners hartelijk begroet. Van daaruit konden we ook de gemeenteleden verwelkomen, die vanuit alle units (wijkgemeenten) ingedeeld waren voor de dagelijkse verzorging van de vikaris. Ruim een jaar lang zal hij in de gemeente ingewijd worden in het kerkenwerk, waarbij hij zich daarbij geen zorgen hoeft te maken om de dag van morgen, want de Heer via zijn gemeente zal voorzien. Als gasten mochten ook wij gebruikmaken van die gastvrijheid.

De gemeente telt meer dan 11.000 leden opgebouwd uit 200 gezinnen (kk) en bezit 2 kerkgebouwen te weten Beth-El en Zola Grazia. De gemeente laat momenteel een derde kerkgebouw op een nieuwe lokatie bouwen. Men hoopt dit volgend jaar te kunnen betrekken. Dat wordt het momentum om de GPM gemeente Dobo te splitsen in 3 gemeenten GPM, die wijkgebonden verdeeld over de 3 kerkgebouwen haar kerkelijke activiteiten zal hebben in Dobo. De diensten worden hier op zondag  twee keer gehouden; ’s morgens om 09.00 u en ’s avonds om 19.00 u. Daarnaast is er ook de dienst voor de ‘ketahanan’ – gevangenenen.

  1. Predikantenonderhoud

Onderweg van het vliegveld naar de pastorie hoorden wij, dat de kerkenraad van Dobo bezig was met het bezoeken van de gezinnen (kunjungan rumah tanggaachir tahun). Dit gebeurt met het oog op de bediening van het avondmaal in januari 2019. Daardoor was agenda van de predikanten tot en met zaterdag volgeboekt, want voor het afsluiten van het jaar wilden zij de bezoekronde afronden.

In de planning betekent dit, dat er niets anders wordt gedaan dan het dagelijks opzoeken van de gezinnen. Dit gebeurt per unit door teams van predikant, ouderling en diaken. Per dag worden 8 tot 10 gezinnen opgezocht. In Dobo komt men nu ook tegen, dat op een doordeweekse dag niet alle leden van het gezin aanwezig zijn. Niet allen voor predikanten is de factor tijd een handicap… In het takenpakket van de individuele predikant blijkt dat pastoraat tijd vergt. Het opbouwen van een vertrouwelijke relatie heeft tijd nodig. Te vaak is het een factor wat ontbreekt in de drukke organisatorisch getinte activiteiten van het predikantenwerk. Daarnaast is er sprake van een te grote caseload voor de predikanten. Hun activiteitenprogramma wordt in de gemeente fragmentarisch door de omstandigheden, die zich aandienen en de bedieningen, die vanuit de kerk gevergd wordt. Ik bewonder de wijze, waarop de predikanten daarmee omgaan, maar klaarblijkelijk zijn de GPM predikanten van Dobo alle dagen in de weer voor de kerk. Zij klagen over hun drukke agenda’s, maar hebben weinig moeite om daarin als predikant te floreren. Ik zou het voor mijzelf wel anders organiseren…

Samen met de predikanten hebben we na de zondagsdienst in de Beth-El kerk een onderhoud gehad over hun werkzaamheden in het pastoraat. Uit de uitwisseling bleek, dat de predikanten graag verbeteringen zouden willen zien als het gaat om hun werkomstandigheden. Ze worden overvallen door de formele structurele kwesties en komen nauwelijks toe aan persoonlijke contacten, waar het pastoraat ook voor staat. Ze zijn blij, dat er vanuit de classis Aru aandacht hieraan wordt gegeven.

Wij kregen door kunjungan-kunjungan de gelegenheid om vrijdag te benutten om de stad Dobo van dichtbij te aanschouwen. Daarnaast maakten we op zaterdag met een tweetal plaatselijke mannen, die thuis waren in de cultuur van Aru. Het werd een tocht door het eiland langs allerlei bijzondere locaties. Eerst gingen we naar Wangel – een adatdorp – waar we de ‘Batu Kora’ (Kora Evar Beach) aanschouwden en ook naar de rumah tua reden, de culturele offerplaats van de bewoners van het eiland. In de Ambonse setting staat het voor de baleu – de ontmoetingsplaats en adathuis, voor de gebeden en rituelen van de gemeenschap. Samen zijn we later ook naar de oude kerk gegaan, de eerste Protestanse kerk uit de 17e eeuw.  Uit het relaas van de mannen bleek, dat de culturele setting nog steeds impact heeft op de moslim en christen leefgemeenschappen. Die kunnen niet begrepen worden zonder de adat van Aru. Overal waar wij kwamen gingen zij ons voor en prevelden hun rituelen, waarna wij een uitleg kregen van de gebruiken, die op de specifieke plekken van betekenis waren.

In het volgend verslag zal ik nader ingaan op de internationale conferenties, die we op Dobo hebben bezocht. Maar de kennis en informatie, die wij van de mensen van Aru kregen hebben was een goede voorbereiding.

Ambon, 11 november ’18
Verry Patty