Zesenzestig jaar bestaat de Geredja Indjili Maluku 25-11-1952 / 25-11-2018

Zesenzestig jaar bestaat de Geredja Indjili Maluku 25-11-1952 / 25-11-2018

Zesenzestig jaar bestaat de Geredja Indjili Maluku.

En daar mag best voor worden geapplaudisseerd en bij worden stilgestaan. De GIM wilde geen nieuwe naam en de naam GPM Classis Belanda gebruiken. Maar de kerkorde van de moederkerk GPM (Geredja Protestan Maluku) op de Molukken zegt, dat haar naam buiten Maluku niet mag worden gebruikt.

Nadat twee brieven naar de kerk op Ambon onbeantwoord bleven, en men hier het advies kreeg om zich maar aan te sluiten bij de Nederlandse zusterkerken, werd tijdens een grote kerkelijke vergadering besloten tot de oprichting van een nieuwe kerk: Geredja Indjili Maluku (Molukse Evangelische Kerk). Gezegd moet worden, dat de Nederlandse kerken deze kerk nog geen vijf jaar gaven.

Uit onvrede met de nieuwe naam splitste een groot deel zich af met de naam NGPMB (Noodgemeente Geredja Protestan Maluku di Belanda). Binnen de NGPMB vond in maart 1953 een afscheiding plaats, genaamd NGPMB maret’53.

Dat de GIM en de andere Molukse kerken tot op heden bestaan, is een klein wonder te noemen. Vele stormwinden hebben zij doorstaan en telkens weer zijn ze er uitgekomen: financiële debacles, leden terugloop, interne conflicten, onderling wantrouwen, niet altijd volle kerken op de zondagen, een gemarginaliseerde rol van de kerk, merkbare desinteresse van gemeenteleden.

Daarmee worden de huidige Molukse kerken geconfronteerd en het is géén makkelijke opgave om dat eventjes recht te breien. Hoewel pessimistische stemmen eerst zeiden dat de GIM het jaar 2015 niet zou halen, mogen ze daarop worden teruggefloten. Waarschijnlijk zullen ze nu zeggen dat de GIM het jaar 2020, 2025 enzovoorts niet zal halen. Zwartkijkers en doemdenkers heb je nu eenmaal overal, toch?

Dit neemt niet weg dat er voor de GIM en de andere Molukse kerken geen enkele reden is om met de armen over elkaar en met een brede glimlach eens eventjes lui achterover te leunen alsof er niets aan de hand is. Dat is geenszins het geval. Waar de ene predikant een maandelijks minimumloon traktement kan krijgen, krijgt de andere een onkosten- c.q. reisvergoeding.

D.w.z.: als er genoeg geld aanwezig is. De GIM predikanten hebben tijden gekend dat ze drie tot vier maanden geen salaris kregen, omdat het geld soms ook moest worden gebruikt voor andere lasten en de predikanten even ‘on hold’ werden gezet.

Waar het om gaat is het volgende: als er wordt gesproken over het Moluks erfgoed, lijkt het alsof de Molukse kerken daar niet bij horen. Alsof erfgoed alleen met taal en cultuur heeft te maken en er geen kerkelijk erfgoed zou bestaan. We gaan dan gemakshalve voorbij aan de eerste generatie ouderen, die bij aankomst in Nederland het oprichten van de kerk als de belangrijkste schakel zagen binnen het Moluks erfgoed.

Waar we dan ook aan voorbijgaan zijn de negen legerpredikanten, die in de beginjaren ’50 met openbaar vervoer of zelfs lopend (!) op de zondagen s’Heren wegen afliepen, opdat alle Molukse kampen van de geestelijke bediening konden worden voorzien.

We vergeten ook nog, dat vele Molukse organisaties niet meer bestaan, maar dat de kerk als enige Molukse organisatie zesenzestig jaar lang elke week onafgebroken haar leden roept en oproept om samen met zang en gebed rondom het Woord samen te komen in de kerkdiensten.

Wanneer ik dit alles op een bescheiden rijtje zet, roep ik om die reden in deze tijd van sociale media alle leden en niet-leden van de Molukse kerken op: App, Bel, Snapchat, Instagram, Livestream, Twitter of wat-dan-ook met elkaar om er ’s zondags een volle, gezellige, feestelijke, humoristische en geestelijke boel van te maken in de kerk.

En niet blijven zeuren over Molukse predikanten die slecht Nederlands praten, ja? Want van de tweede generatie spreekt zeker de helft -als het niet meer is- amper vloeiend Maleis, laat staan de derde en vierde generatie. En dan van een predikant uit Ambon verwachten, dat ze vloeiend Nederlands spreken terwijl je hier bent geboren en soms hoort zeggen: “Deze meisje!” En dan nog: alles wordt doorspekt met Nederlandse woorden. “Aku waarderen dia”‘ of “Aku respecteren dia.” Kom op zeg!

Het mooiste voorbeeld komt van Mr.Dr.Bert Tahitu met zijn Melaju-sini: “TREINEN-TREINEN RICHTING UTRECHT VERTRAGING E!” Geen woord Maleis, en tóch Maleis!

En ook niet zeuren over de onbegrijpelijke preek of zo! Ga je moedertaal leren en bedenk ook eens, dat het voor een predikant niet altijd even makkelijk is om elke zondag een duidelijke preek te geven. Probeer maar eens elke week vijftien tot twintig minuten duidelijk en boeiend te zijn in een monoloog naar anderen toe.

En VOORAL niet zeuren over een te vroeg tijdstip van de kerkdienst. Want als het om 13.00 uur of 14.00 uur begint, hebben we wel een ander excuus klaar liggen.

Laat zien dat de doemdenkers en zwartkijkers er helemaal naast zitten en blaas de Molukse kerken nieuw leven in met jouw aanwezigheid. Word vrijwilliger, lid van een werkgroep of wat dan ook! En nog belangrijker: overweeg nou eens serieus om kerkenraadslid te gaan worden. Wacht niet tot de dominee je vraagt, maar geef jezelf gewoon op! Vrijwilligers genoeg, maar de Molukse kerk heeft bestuursleden nodig.

Sta op! Niet bang zijn, want je leert het gaandeweg. De grote leider Mozes was ook doodsbang om naar Egypte te gaan, maar gaandeweg ervaart hij dat God hem elke dag nabij is. Waar is je belijdenis anders goed voor geweest? Voor de enveloppen en het feest? Nee toch? Neem je verantwoordelijkheid en zorg ervoor, dat je voor je kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen de Molukse kerk behoudt. Alleen op deze manier kun je het kerkelijk Moluks erfgoed van je ouders, grootouders en voorouders bewaren en in stand houden.

Emeritus.